donderdag 4 februari 2021

De veelbetekende uitkomsten van Lansingerland

https://www.maurice.nl/2021/02/04/de-veelbetekende-uitkomsten-van-lansingerland/

Leestijd: 7 minuten

Aanpassing geleden door Maurice

Persbericht beschikbaar

Het onderzoek in de gemeente Lansingerland is afgerond en een persbericht is uitgekomen. Wat we zien is veelbetekenend. Helaas niet op de manier, die je zou hopen.

Er heeft een grootschalig onderzoek plaatsgevonden, omdat er eind november een grote uitbraak was in een school en rond Kerst, werd daar de Britse variant gevonden. Daarom heeft vanaf 13 januari een grootschalig onderzoek plaatsgevonden onder de hele bevolking. Ruim 63% heeft daaraan meegewerkt (bijna 39000).

Het onderzoek is uitgevoerd door de GGD en Erasmus MC.

Op 23 januari hebben we dit stuk geplaatst op deze site over de tussenresultaten uit Lansingerland. Daarbij is aangegeven dat het OMT op basis van het onderzoek op 2 februari adviezen zou geven aan de regering naar aanleiding van de eindbevindomgem/

Om meerdere reden is dit onderzoek heel interessant. De eerste keer (eindelijk) in Nederland dat de bevolking van een hele gemeente is onderzocht. Er is diepgaand ingezoomd op de relatie tussen uitbraken op een basisschool en de verspreiding bij de bevolking en hoe de Britse variant in de gemeente is verspreid.

Maar wat ook veelbetekenend is, dat er tot nu toe alleen maar een (onduidelijk en incompleet) persbericht is uitgekomen. Wat niet is uitgebracht is het complete rapport. En als dat nog niet klaar is, zou alleen het beschikbaar stellen van de tabellen, ook heel nuttig zijn. Vooral omdat we midden in een grote crisis zitten, waar we zelfs een avondklok hebben (waarvan de kans ook groot is dat die verlengd wordt). Prof. Van Dissel gaf aan dat er wel een rapport was en dat die met het RIVM gedeeld was. Het is vreemd dat voorafgaande aan het debat in de Tweede Kamer dit rapport (nog) niet beschikbaar is gesteld

Maar dit is de lijn, die we helaas al vanaf het begin van deze crisis zien. De deskundigen trekken conclusies uit informatie waarover ze beschikken, maar de basiscijfers komen niet of pas vele later beschikbaar. (Lees maar mijn ervaring terug over het onderzoek over een uitbraak bij een zorginstelling op Goeree-Overflakkee, waarover in een debat met mij bij OP1 door Gommers evident verkeerde informatie werd gedeeld, maar -ook na diverse pogingen- kwamen de basiscijfers toen niet beschikbaar.)

Dus moeten we het doen met een persbericht (en hebben we ook nog wat meer data beschikbaar op basis van meldingen over tussenresultaten).

Wat kunnen we nu weten?

Met wat we al wel weten kunnen we een paar eerste conclusies trekken

Relatie positieve testen en besmettingsgraad bevolking

Een van de grote vragen, die er is vanaf het begin van de uitbraken, is de volgende: we weten wel hoeveel mensen er positief getest zijn per dag, maar hoeveel zijn het werkelijk bij de hele bevolking? Als je naar de dagelijkse cijfers kijkt van de gemeente Lansingerland rond Nieuwjaar dan zijn er tussen de 30 en 40 per dag positief getest. Het echte aantal positief getesten onder de hele bevolking is ruim 1%. Laten we bij 60.000 inwoners even uitgaan van 700 in totaal.

Betekent dat nu dat de werkelijke aantallen onder de bevolking een factor 700/35=20 keer zo hoog is dan onder de geteste personen?

Nee, die conclusie kan je niet trekken. Want mensen, die zich normaliter laten testen hebben doorgaans klachten of maken zich anderszins ongerust en geven zich op bij de GGD.

Bij dit totaalonderzoek in de gemeenten niet. Daar is iedereen opgeroepen. Dan vind je niet alleen relatief meer mensen die toch op dat moment nog besmettelijk zijn, maar ook relatief veel false positives. Mensen die weken/maanden geleden besmettelijk waren, maar op het moment van testen niet.

Om die conclusies beter te kunnen trekken is het van belang te weten welk deel van de positief getesten wel of geen symptomen hadden. Dat is trouwens een kenmerk dat je ook graag had willen weten over de positief getesten van de afgelopen maanden. Maar dat is niet bekend (of wel bekend, maar nooit bekend gemaakt). Ik schat in dat normaliter bij de teststraten van de GGD van de mensen die positief getest worden 30 tot 50% geen symptomen hebben. Dat kan zowel zijn omdat ze (veel) eerder besmet waren en niet meer tijdens de test (“false positives”) en deels omdat de CT-waardes zo hoog zijn dat ook mensen met heel weinig virus toch als positief wordt gerekend.

Ik schat in dat het overgrote deel van de positief getesten bij het bevolkingsonderzoek in Lansingerland geen symptomen had/heeft. (Want anders had een deel  ze zich wel bij de normale teststraat laten testen).

Maar dat deze cijfers blijkbaar wel bekend zijn bij GGD en Erasmus MC, maar niet beschikbaar is voor anderen om dit te zien, vind ik dus laakbaar.

Verspreiding vanuit de basisscholen

Kinderen van basisschoolleeftijd hebben dus wel huisgenoten besmet. En (maar het zijn kleine aantallen geweest) dat was bij de Britse variant meer dan bij de andere varianten. Wat echter misschien nog belangrijker is, zijn de bevindingen dat bij besmette kinderen met de andere varianten in een van de gevallen 33% van één van de huisgenoten ook is besmet. Omdat een huishouden doorgaans meer mensen omvat dan slechts één kind en één volwassene, zal er wel (net zoals we weten bij veel andere onderzoeken) dat er een “attack rate” is van 15 a 20%. Dat is dus het percentage van alle huisgenoten die besmet zijn geraakt.

Bij de presentatie afgelopen zondag in het Catshuis liet Van Dissel een belangwekkende grafiek zien vanuit het BCO-onderzoek (die gaat niet over Lansingerland): Ik heb er een fragment uit gepakt.

Ieder bolletje geeft weer hoeveel mensen besmet werden en hoe oud ze zijn (zie linkerkant) en eronder staat de leeftijd van het eerste geval. De grootte van het bolletje geeft het aantal gevallen weer. De kleur per bolletje laat zien welk deel van de besmettingen er thuis plaats vinden. De twee linkse linkse rijen laten kleine bolletjes zien. Dat is de groep 0 tot 4 en 4 tot 12. Na de schoolsluiting zijn die bolletjes nog wat kleiner geworden.

Het grote probleem van deze -op zichzelf inzichtelijke- grafiek, is dat de kleine bolletjes op de verticale lijn van de leerlingen onder 12, juist omdat besmette kinderen doorgaans geen symptomen hebben, er vanuit het normale GGD-onderzoek, maar weinig kinderen als veroorzaker van een besmetting worden gevonden. Juist dat onderzoek in Lansingerland zou wel goede informatie kunnen geven over het percentage positief getesten naar de verschillende leeftijdsklasse.

Ook hier wreekt het dus dat we nog niet die basistabellen hebben.

Het is een groot gemis dat die cijfers nog niet beschikbaar zijn. En blijkbaar ook niet bij de OMT-leden, want als dat wel geweest zou zijn, dan zou het al bij de pers hebben gelegen…..

De verspreiding van de Britse variant

Ondanks het feit dat de Britse variant dus al zeker vanaf eind november in die gemeente aanwezig was, werd bij  het complete onderzoek in Lansingerland maar bij 6% van de besmette personen in die gemeente de Britse variant gevonden. Als je ziet op welke dagen de testen werden afgenomen (4500 per dag) dan kunnen we doen alsof de afname gemiddeld geweest is op 18  januari.  Hoewel er gedaan wordt door het RIVM en GGD dat de ontwikkelingen in die gemeente van de Britse vairant conform het landelijke gemiddelde is blijkt uit het kiemonderzoek dat rondom die datum het in Nederland toen 20% geweest zou worden. (En besef dat de huidige schatting van twee derde Britse variant onder alle besmettingen in Nederland rond 1 februari gebaseerd is op die 20%).  Natuurlijk hoeft de gemeente Lansingerland niet representatief te zijn, maar als je ziet hoe het landelijk onderzoek over die 20% is uitgevoerd dan heb ik de indruk dat die steekproef in ieder geval niet echt representatief is.

Als je de ontwikkelingen ziet in Lansingerland dan zie je daar niet het beeld terug, die de laatste weken gewekt wordt, dat de Britse variant een een enorm tempo zich verspreidt. Wat betekent dat? Is de Britse variant dan niet zo besmettelijk als gedacht wordt? Of is er iets anders aan de hand?

Ik heb daar geen antwoord op (mede omdat de onderzoeken in Nederland over het echte aandeel van de Britse variant nog niet beschikbaar is).

Vermoedens over de Britse variant

Ik sluit af met wat vermoedens, die ik op verschillende plekken in de wereld ben tegengekomen over de verspreiding van de Britse variant. Dit zijn geen zekerheden, maar interessant genoeg om mee te nemen bij het bekjken van de ontwikkelingen van het virus. Ik ben o.a. geinspireerd door dit artikel in The Conversation.

A. Parallele ontwikkelingen van de Britse variant

Er wordt van diverse kanten geopperd (o.a. dat zei Rosanne Hertzberger gisteravond bij M), dat het niet hoeft te zijn dat de Britse variant slechts op één plek is ontstaan en vandaar zich over de wereld verspreidt. Continu ontstaan er overal in de wereld mutaties en het is best mogelijk dat op veel meer plekken dan één die variant (met wellicht kleine variaties) is ontstaan en het toen beter deed dan andere varianten. Het lijkt zo te zijn dat de Britse variant B.1.1.7 in Kent is ontstaan in september. Er zijn ook aanwijzingen dat dit al eerder is gebeurd. In ieder geval is inmiddels ook bekend dat begin november deze Britse variant in Florida en Californië zijn aangetroffen. Wellicht zijn die, en die in Nederland, zoals aangetroffen in Lansingerland, niet indirect afkomstig uit Engeland, maar lokaal ontstaan?

B. Verschillend gedrag bij verschillende situaties

Er zijn epidemiologen die zeggen dat een snellere verspreiding van een bepaalde variant niet zozeer bepaald wordt door de virusvariant zelf, maar door de gelegenheden die deze variant krijgt om zich te verspreiden. Met een eenvoudig voorbeeld kan ik dit uitleggen.

Stel dat de Britse variant vooral bij superspreadevents (in besloten ruimtes) twee keer zoveel aanwezigen meer besmet dan de oude variant dat zou doen. Maar dat in thuissituaties dat maar 1,5 keer is. Als we dan maatregelen hebben waardoor er vrijwel geen superspreadevents ontstaan dan neemt de Britse variant sterker toe dan als die maatregelen er niet of minder zijn.

Dus het verschil in de reproductiefactor van de Britse variant is dan niet standaard bij voorbeeld 30%, maar verschilt naar gelang de verspreidingsplekken van het virus.

Als deze twee vermoedens juist zijn dan heeft dat ook weer invloed op de wijze waarop tegen de ontwikkelingen in NL en het buitenland aangekeken wordt wat zich voltrokken heeft met de toename van de Britse variant. En vooral, hoe lastig het is dit te modelleren. En hoe voorzichtig je moet zijn om het beleid dan vervolgens volledig te baseren op die modellering en niet zozeer uit te gaan van wat je onder je ogen ziet gebeuren (duidelijke dalingen van het aantal besmettingen).

Eis de data

De Tweede Kamer en de media zouden het niet moeten accepteren dat relevante data pas na het debat of later beschikbaar komt. De onderzoeken naar het type virus lopen achter en vinden te kleinschalig plaats. Maar toch is vrijwel het hele beleid erop gericht. De basistabellen van het onderzoek in Lansingerland zullen zeer interessant zijn. Dat er al wel wat conclusies getrokken worden, maar dat de cijfers niet ter beschikking zijn gekomen, zou onacceptabel moeten zijn voor Kamer en media. Mede daardoor kunnen we de adviezen van OMT niet kritisch zelf beoordelen.
Zodra die cijfers beschikbaar zijn komen we hier (uitgebreid) op terug.

Help ons de cijfers te blijven analyseren. Klik hier.

The post De veelbetekende uitkomsten van Lansingerland appeared first on Maurice de Hond.

https://peterholland765.wordpress.com/2021/02/04/de-veelbetekende-uitkomsten-van-lansingerland/

Geen opmerkingen:

Een reactie posten