Deze publicatie is onderdeel van het thema:
Synthetische biologie
Steeds meer bacteriën zijn ongevoelig voor
bestaande antibiotica. De ontwikkeling van nieuwe medicijnen gaat
moeizaam. Daarom zoeken wetenschappers naar een alternatief. Dat lijkt
gevonden in virussen (bacteriofagen). Deze fagen zijn in staat een
bacterie te infecteren en te doden. Of ze veranderen het genetisch
materiaal van een bacterie zo dat hij weer gevoelig wordt voor
antibiotica.
Al aan het begin van de twintigste eeuw ontdekten microbiologen
bacteriofagen. De ontdekking werd in eerste instantie met veel
enthousiasme ontvangen, maar door tegenstrijdige therapeutische
resultaten en onvoldoende kennis over de biologische werking van fagen
raakten de nuttige virussen al snel in de vergetelheid. Zonde, meent
microbioloog Stan Brouns. Hij doet aan de TU Delft onderzoek naar de
interacties tussen micro-organismen en bacteriofagen.
Bacteriofagen (hoekige bolletjes op een
steeltje) landen op een bacterie (deels zichtbaar als een halve bol) en
injecteren hun DNA. Wikimedia Commons, Dr Graham Beards via CC BY-SA 3.0
Nieuwe functies
“Wij zijn al die jaren afhankelijk geweest van antibiotica, maar nu die niet meer zo goed werken zijn fagen mogelijk ook weer interessant”, vertelt hij. Bacteriofagen zijn veranderlijk en voldoen daarmee niet aan de standaardcriteria van een medicijn. Een faag kan bijvoorbeeld veranderingen aanbrengen in het genetisch materiaal van een bacterie, iets dat een medicijn absoluut niet doet. Brouns snapt wel dat artsen daarom wat huiverig zijn, maar hij merkt ook dat medici zich steeds meer realiseren dat er iets moet gebeuren. “Ik heb contact met wetenschappers in een ziekenhuis om te praten over de mogelijkheden van faagtherapie”, zegt hij.Die mogelijkheden zijn tweeledig. In de eerste plaats kunnen bacteriofagen direct worden gebruikt voor de behandeling van bacteriële infecties. De faag infecteert de bacterie en doodt deze. Voor deze toepassing zijn met name lytische fagen (zie kader) geschikt. Daarnaast zijn bacteriofagen in staat om genetisch materiaal in een bacterie in te brengen. Voor deze toepassing worden veelal lysogene fagen (zie kader) gebruikt.
Lytisch of lysogeen
Een bacteriofaag kan een bacterie op twee manieren aanvallen, namelijk via de lytische of de lysogene route.Een lytische bacteriofaag laat er geen gras over groeien. Hij infecteert de bacterie met zijn eigen genetische materiaal en kaapt diens machinerie om nieuwe kopieën van zichzelf te maken. Zodra de kopieën klaar zijn, breekt de bacterie open en kunnen de nieuwe virusdeeltjes zich in de omgeving verspreiden. De bacterie gaat daarbij dood.
Een lysogene bacteriofaag heeft een andere strategie. Ook nu infecteert de faag een bacterie met zijn genetische materiaal, maar daarna blijft het stil. Het nieuwe stukje code nestelt zich tussen het bestaande DNA van de bacterie en blijft daar rustig zitten. Het genetisch materiaal van een lysogene faag kan dus langere tijd in een bacterie aanwezig zijn zonder dat er echt iets gebeurt.
Beschermde bacteriën
Het doden van bacteriën met lytische fagen klinkt simpel. Er is een infectie, je stuurt er een bacteriofaag op af en weg is de ziekmakende bacterie. Zo eenvoudig is het in de praktijk helaas niet. Bacteriën leven vaak samen in gemengde gemeenschappen (biofilms). Binnen een biofilm liggen individuele bacteriën beschermd, waardoor een bacteriofaag er niet goed bij kan komen. Wetenschappers hebben, met behulp van synthetische biologie, fagen gemaakt die een biofilm herkennen en afbreken.De fagen werden uitgerust met DNA dat codeert voor Dipersin B, een enzym dat van belang is bij de afbraak van biofilms. Zodra het virus een bacterie infecteert, gaat het complete genetisch materiaal van de faag over naar de bacterie. De machinerie van de bacterie leest het nieuwe DNA af en start met de productie van nieuwe virusdeeltjes en met de productie van Dipersin B.
Voorbeeld van een toepassing van synthetische biologie bij een lytische bacteriofaag. SCICOMVISUALS voor NEMO Kennislink
Model van een bacteriofaag. Wikimedia Commons, Pascal via CC BY 2.0
Infecties aan de oppervlakte
Dat de biofilm bij het gebruik van deze bacteriofagen niet helemaal verdwijnt, is volgens Brouns niet erg. “Voor bacteriën is het goed als er een soort competitie is. Ik weet niet precies wat de optimale percentages zijn, maar het is niet nodig om honderd procent van de schadelijke bacteriën uit een biofilm op te ruimen. Stel dat een bacteriofaag achtennegentig procent van de schadelijke bacteriën weghaalt, dan wordt de overgebleven twee procent wel weggedrukt door concurrentie met andere bacteriën.”Het Amerikaanse biotechbedrijf EnBiotix test de aangepaste fagen inmiddels bij infecties in gewrichtsprotheses. Een prima toepassing, maar de bacteriofagen doorontwikkelen tot een volledig alternatief voor antibiotica ziet Brouns niet zo snel gebeuren. “Fagen kun je niet inspuiten in de bloedbaan, want het afweersysteem reageert daarop. Met antibiotica heb je daar geen last van, omdat het relatief kleine stoffen zijn. Ik denk dat deze fagen dus met name bruikbaar zijn voor infecties die aan de oppervlakte zitten of op plekken waar de afweer niet bij komt”.
SOS-signaal
Resistente bacteriën weer gevoelig maken voor bestaande antibiotica is een andere optie waarbij synthetische biologie de helpende hand kan bieden. Resistente bacteriën geven een SOS-signaal af op het moment dat antibiotica teveel DNA-schade aanrichten. Dat SOS-signaal activeert speciale resistentiegenen die ervoor zorgen dat de bacterie niet meer op medicijnen reageert.Wetenschappers hebben twee methoden ontwikkeld om resistente bacteriën weer gevoelig te maken. Zo hebben zij lysogene fagen uitgerust met DNA dat codeert voor LexA3, een algemene onderdrukker van de bacteriële SOS-respons. Op het moment dat zo’n faag een bacterie infecteert, wordt LexA3 ingebouwd in het DNA van de bacterie. Vanaf dat moment is het SOS-signaal onderdrukt en reageert de bacterie dus weer op antibiotica.
Voorbeeld van een toepassing van synthetische biologie bij een lysogene bacteriofaag. SCICOMVISUALS voor NEMO Kennislink
Theoretisch idee
Deze aanpak heeft potentie, maar het risico blijft dat bacteriën ook weer ongevoelig worden voor dergelijke bacteriofagen. Daarnaast zijn praktische toepassingen op dit moment nog moeilijk te implementeren. Volgens Brouns heeft dat vooral te maken met beperkingen in de regelgeving. “Een aangepaste lysogene faag verandert het DNA van de bacterie. Wat je dan krijgt is een genetisch gemodificeerde bacterie en daar is op dit moment geen ervaring mee buiten het laboratorium. Het is bijvoorbeeld niet helemaal zeker of zo’n faag de cellen van het menselijk lichaam met rust laat. Daarom blijft dit voorlopig een theoretisch idee.”Is het dan nodig om de regelgeving omtrent het knutselen aan organismen te versoepelen? Dat zou heel fijn zijn, denkt Brouns. “Als we gebruik kunnen maken van synthetische biologie, worden de mogelijkheden plotseling veel groter.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten